23 Aug 2026
Kansspelautoriteit onthult details uit drie studies naar gokactiviteit onder jongeren en jongvolwassenen

De Kansspelautoriteit bracht in augustus 2026 drie afzonderlijke onderzoeken naar buiten die nieuw licht werpen op hoe minderjarigen en jongvolwassenen tussen achttien en vierentwintig jaar met kansspelen omgaan; de studies richten zich op de eerste drie maanden na registratie bij legale aanbieders, op gokgedrag onder MBO-studenten en op de manier waarop minderjarigen voor het eerst in aanraking komen met gokken.
Onderzoekers verzamelden gegevens over aanmeldpatronen, frequentie van deelname en sociale invloeden, terwijl de resultaten de toezichthouder helpen om gerichtere beschermingsmaatregelen te ontwikkelen in overleg met het ministerie.
Drie onderzoeken in detail
Het eerste onderzoek volgde jongvolwassenen vanaf het moment dat zij een account aanmaakten bij een vergunde online aanbieder en bracht in kaart welke activiteiten zij tijdens de eerste drie maanden ondernamen; het tweede project richtte zich specifiek op MBO-studenten en hun deelname aan kansspelen ondanks het leeftijdsverbod, terwijl het derde onderzoek de eerste ontmoeting met gokken onder minderjarigen reconstrueerde door middel van interviews en observaties.
Deze drie sporen samen leveren een samenhangend beeld op van vroege blootstelling, snelle accountcreatie op achttienjarige leeftijd en de rol van sociale netwerken bij de normalisering van gokken.
Belangrijkste bevindingen over accountcreatie en blootstelling
Uit de cijfers blijkt dat eenentwintig procent van alle nieuwe accounts in de leeftijdsgroep achttien tot vierentwintig jaar binnen drie maanden na de achttiende verjaardag wordt aangemaakt, wat neerkomt op een aandeel van eenenveertig procent van alle nieuwe accounts in die leeftijdscategorie; tegelijkertijd geven de gegevens aan dat veel minderjarigen al voor hun achttiende verjaardag kennis maken met legale producten, vaak via familieleden of vrienden die zelf aan legale kansspelen deelnemen.
De studie naar de “Kansspelreis onder achttien jaar” toont aan dat vroege blootstelling vooral plaatsvindt via scratchcards, bingo en fruitautomaten, terwijl sociale acceptatie een belangrijke factor blijkt te zijn bij de eerste kennismaking.
Gedrag onder MBO-studenten
Binnen de groep minderjarige MBO-studenten rapporteerde achtentwintig procent dat zij in het afgelopen jaar aan kansspelen hadden deelgenomen; de meest genoemde vormen waren krasloten, bingo en speelautomaten, terwijl online gokken minder vaak werd genoemd vanwege de leeftijdscontrole bij legale aanbieders.
De resultaten laten zien dat normalisering in de directe omgeving bijdraagt aan deze deelname, omdat jongeren aangeven dat gokken in hun sociale kring als een gewone activiteit wordt gezien.

Implicaties voor beschermingsmaatregelen
De Kansspelautoriteit gebruikt de verzamelde inzichten om bestaande regels aan te scherpen en nieuwe instrumenten te ontwikkelen die minderjarigen beter beschermen tegen vroege blootstelling; in samenwerking met het ministerie worden deze bevindingen vertaald naar concrete beleidsaanpassingen die zowel legale als illegale kanalen adresseren.
Daarnaast wordt gekeken hoe accountcreatie op achttienjarige leeftijd beter kan worden begeleid, zodat jongvolwassenen vanaf het eerste moment bewuster keuzes maken.
Context en verdere stappen
De publicatie van de drie studies past binnen de bredere toezichtagenda die de Kansspelautoriteit eerder in het jaar presenteerde, waarbij spelersbescherming en de aanpak van illegaal aanbod centraal staan; de nieuwe gegevens bieden een feitelijke basis voor het evalueren van bestaande maatregelen en het introduceren van gerichte interventies.
Zo kan de toezichthouder samen met vergunde aanbieders en onderwijsinstellingen gerichtere voorlichtingscampagnes opzetten die aansluiten bij de werkelijke ervaringen van jongeren.
Conclusie
Met de release van deze drie studies beschikt de Kansspelautoriteit over actuele en gedetailleerde informatie over de eerste stappen die jongeren zetten in de wereld van kansspelen; de resultaten worden gebruikt om beleid verder te verfijnen en bescherming te verbeteren, terwijl de samenwerking met het ministerie zorgt voor een gecoördineerde aanpak op zowel nationaal als lokaal niveau.